koopman
zelfstandig naamwoord ˈkopmɑnBetekenis
- handelaar, zakenman
Hoe spreek je koopman uit?
/ˈkopmɑn/
Koopman bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die in zijn levensonderhoud voorziet door dingen voor meer geld te verkopen dan waarvoor hij het heeft ingekocht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kooplieden | meervoud |
| kooplui | meervoud |
| koopmannen | meervoud |
| koopmannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koopmannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands coopman van Oudnederlands coman / kopman, op te vatten als samenstelling van koop ww en man zn
Woordfamilie van koopman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kooplieden | meervoud | koopman |
| kooplui | meervoud | koopman |
| koopmannen | meervoud | koopman |
| koopmannetje | verkleinwoord | koopman |
| koopmannetjes | verkleinwoord meervoud | koopman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koopman zijn vastgelegd.