honingbij
zelfstandig naamwoord ˈhonɪŋˌbɛiBetekenis
- die honing maakt uit nectar en bloemen bestuift
Hoe spreek je honingbij uit?
/ˈhonɪŋˌbɛi/
Honingbij bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Apis mellifera een bijensoort die honing maakt uit nectar en bloemen bestuift
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| honingbijen | meervoud |
| honingbijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| honingbijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van honing en bij
Woordfamilie van honingbij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| honingbijtje | verkleinwoord | honingbij |
| honingbijtjes | verkleinwoord meervoud | honingbij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van honingbij zijn vastgelegd.