hanenveer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de kleurige veren van de staart van een haan
- vechtersbaas, ruziezoeker
- bazige vrouw
- pronker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hanenveertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hanenveertjes | verkleinwoord, meervoud |
| hanenveren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van haan zn en veer zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hanenveer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hanenveertje | verkleinwoord | hanenveer |
| hanenveertjes | verkleinwoord meervoud | hanenveer |
| hanenveren | meervoud | hanenveer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hanenveer zijn vastgelegd.