gericht
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəˈrɪxtBetekenis
- gerecht, rechtbank, de rechter
- een bepaald doel hebbend
Hoe spreek je gericht uit?
/xəˈrɪxt/
Gericht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gerichten | meervoud |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van richten
Vervoeging van gericht
gerichthele werkwoord
Herkomst
zn: naamwoord van handeling, afgeleid van richten ww "rechtspreken" met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van gericht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerichten | meervoud | gericht |
| gerichter | woordvorm | gericht |
| gerichtere | woordvorm | gericht |
| gerichters | woordvorm | gericht |
| gerichts | woordvorm | gericht |
| gerichtst | woordvorm | gericht |
| gerichtste | woordvorm | gericht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gericht zijn vastgelegd.