knipperlicht
zelfstandig naamwoord ˈknɪpərˌlɪxtBetekenis
- oranje knipperende lamp aan de zijkant van een voertuig, gebruikt om aan te geven dat men het voertuig naar rechts of links wil manouvreren
Hoe spreek je knipperlicht uit?
/ˈknɪpərˌlɪxt/
Knipperlicht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- lamp die in snelle afwisseling aan en uit gaat, meestal gebruikt als waarschuwingssignaal
- oranje knipperende lamp aan de zijkant van een voertuig, gebruikt om aan te geven dat men het voertuig naar rechts of links wil manoeuvreren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knipperlichten | meervoud |
| knipperlichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knipperlichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van knipper ww en licht zn
Woordfamilie van knipperlicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knipperlichten | meervoud | knipperlicht |
| knipperlichtje | verkleinwoord | knipperlicht |
| knipperlichtjes | verkleinwoord meervoud | knipperlicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knipperlicht zijn vastgelegd.