aangezicht
zelfstandig naamwoord ˈaŋɣəˌzɪxtBetekenis
- voorzijde van het hoofd, met daarin de ogen, neus en mond
- manier waarop iets zich laat zien
Hoe spreek je aangezicht uit?
/ˈaŋxəˌzɪxt/
Aangezicht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aangezichten | meervoud |
| aangezichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aangezichtjes | verkleinwoord, meervoud |
| aangezigt |
Herkomst
van Middelnederlands aneghesichte, in de betekenis van ‘gezicht’ voor het eerst aangetroffen in de 14e eeuw; op te vatten als samenstelling van aan bw en gezicht zn
Woordfamilie van aangezicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangezichten | meervoud | aangezicht |
| aangezichtje | verkleinwoord | aangezicht |
| aangezichtjes | verkleinwoord meervoud | aangezicht |
| aangezigt | neuter | aangezicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangezicht zijn vastgelegd.