gesticht
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈstɪxtBetekenis
- inrichting voor krankzinnigen
Hoe spreek je gesticht uit?
/xəˈstɪxt/
Gesticht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gestichten | meervoud |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van stichten
Vervoeging van gesticht
gestichthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘inrichting voor krankzinnigen’ voor het eerst aangetroffen in 1808
Woordfamilie van gesticht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestichten | meervoud | gesticht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gesticht zijn vastgelegd.