schicht
zelfstandig naamwoord sxɪxtBetekenis
- plotselinge sterke lichtstraal zoals bij de bliksel
- bloeiwijze, waarbij de zijassen beurtelings links en rechts ontspringen van de vorige as
- plotselinge onverwachte beweging of gebeurtenis
- puntig projectiel dat uit de hand geworpen of met een boog geschoten wordt
Hoe spreek je schicht uit?
/sxɪxt/
Schicht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schichten | meervoud |
| schichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands scicht, in de betekenis van ‘pijl’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van schicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schichten | meervoud | schicht |
| schichtje | verkleinwoord | schicht |
| schichtjes | verkleinwoord meervoud | schicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schicht zijn vastgelegd.