licht
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord lɪxtBetekenis
- elektromagnetische golven die met het oog kunnen worden waargenomen (met een golflengte van 420-780nm)
- een lamp of andere lichtbron
- het licht: verstand krijgen
- bleek, helder van tint of kleur
- van een gering gewicht
- luchtig, licht verteerbaar (gerecht)
- onbeduidend, futiel (voorwerp of feit)
- enigszins
- lichtelijk
- een beetje
- een tikkeltje
- dun, schaars
- hell
- spärlich, schütter
- dunkel, finster, trüb
- dicht
- daglicht; licht van de zon dat overdag de wereld verlicht
- verlichting; een lamp of andere lichtbron
- het : verstand krijgen
- zicht; gezichtsvermogen
- gemakkelijk
- verlichten
- ondergewicht hebbende
Hoe spreek je licht uit?
/lɪxt/
Licht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als ligt.
zelfstandig naamwoord — neuter
- elektromagnetische golven die met het oog kunnen worden waargenomen (met een golflengte van 420-780nm)
- lamp of andere lichtbron
- verhelderende openbaring of helder inzicht figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lichten | enkelvoud |
| lichtje | verkleinwoord |
| lichtjes | verkleinwoord, enkelvoud |
bijvoeglijk naamwoord
- luchtig, licht verteerbaar
- onbeduidend, futiel
- gemakkelijk, weinig moeite kostend
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van lichten
- gebiedende wijs van lichten
Vervoeging van licht
lichthele werkwoord
Herkomst
zn: erfwoord via Middelnederlands licht zn van Oudnederlands lieht zn , in de betekenis ‘uitstraling van zon e.d.’; aangetroffen vanaf 901 Dit woord gaat terug op Oergermaans *leuhada- en Indo-Europees *leuk-ot- (vergelijk Hettitisch 𒇻𒊌𒄩𒀜 [lu-uk-ḫa-at] "dageraad"), een deverbatief afgeleid van *leuk- ~ *louk- ‘helder; schijnen’, waaruit Latijn lūcēre ww "verlichten, lichten", Welsh llug bn "helder" en Russisch луч zn (loetsj) "lichtstraal", net als Duits Licht, Nedersaksisch licht, Fries ljocht zn en Engels light zn .
Woordfamilie van licht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lichtere | woordvorm | licht |
| lichtje | verkleinwoord | licht |
| lichtjes | verkleinwoord | licht |
| lichts | woordvorm | licht |
| lichtst | woordvorm | licht |
| lichtste | woordvorm | licht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van licht zijn vastgelegd.