vonnis
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een beslissing van een rechter in dagvaardingsprocedures
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vonnisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vonnisjes | verkleinwoord, meervoud |
| vonnissen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonnissen
- gebiedende wijs van vonnissen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonnissen
Vervoeging van vonnis
vonnishele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rechterlijke uitspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1237
Woordfamilie van vonnis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vonnisje | verkleinwoord | vonnis |
| vonnisjes | verkleinwoord meervoud | vonnis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vonnis zijn vastgelegd.