oordeel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈordelBetekenis
- een mening, een opinie
- uitspraak van een rechtbank, vonnis
- oordelen
Hoe spreek je oordeel uit?
/ˈordel/
Oordeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oordeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oordeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| oordelen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oordelen
- gebiedende wijs van oordelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oordelen
Vervoeging van oordeel
oordeelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘mening’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van oordeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oordeeltje | verkleinwoord | oordeel |
| oordeeltjes | verkleinwoord meervoud | oordeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oordeel zijn vastgelegd.