evenwicht
zelfstandig naamwoord ˈevə(n)ˌwɪxtBetekenis
- toestand waarin het gewicht aan beide zijden van een balans gelijk is
- bij uitbreding: toestand waarbij verschillende op eenzelfde lichaam werkende krachten elkaar opheffen
- toestand van rust of overeenstemming, doordat van verschillende krachten geen de andere te zeer overtreft
- toestand van overeenstemming tussen neigingen en vermogens
- toestand waarbij geen verdere omzetting meer plaatsheeft of die in de ene richting gelijk is aan die in de andere
Hoe spreek je evenwicht uit?
/ˈevənˌwɪxt/
Evenwicht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- toestand van rust of overeenstemming, doordat van verschillende krachten geen de andere te zeer overtreft en er een situatie van rust en kalmte bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| evenwichten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘toestand van rust door gelijk gewicht aan weerszijden van de balans’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van evenwicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| evenwichten | meervoud | evenwicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van evenwicht zijn vastgelegd.