gerief
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gemak, comfort
- gerei, benodigdheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gerieven
- gebiedende wijs van gerieven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gerieven
Vervoeging van gerief
geriefhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘genot’ voor het eerst aangetroffen in 1376