factorij
zelfstandig naamwoord fɑkto'rɛɪBetekenis
- een nederzetting in een ander land die fungeerde als steunpunt voor overzeese handel.
Hoe spreek je factorij uit?
/fɑktoˈrɛi/
Factorij bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| factorijen | meervoud |
| factorijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| factorijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘filiaal van handelsonderneming in buitenland’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van factorij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| factorijen | meervoud | factorij |
| factorijtje | verkleinwoord | factorij |
| factorijtjes | verkleinwoord meervoud | factorij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van factorij zijn vastgelegd.