dogmatiek
zelfstandig naamwoord dɔxmaˈtikBetekenis
- vaste uitgangspunten van een geloof
- (rooms-katholiek) geheel van de geopenbaarde waarheden die door de kerk zijn bevestigd
- (protestants) stelsel van gedachten over wat de relatie die God in Christus met de mens heeft gelegd inhoudt
- vakgebied in de filosofie en theologie dat op zoek is naar de onbetwistbare en onveranderbare waarheden van het geloof
Hoe spreek je dogmatiek uit?
/dɔxmaˈtik/
Dogmatiek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| i | riet |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dogmatieken | meervoud |
| dogmatiekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dogmatiekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Neolatijn: dogmaticus bn "de geloofsleer betreffend" met het achtervoegsel -iek
Woordfamilie van dogmatiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dogmatieken | meervoud | dogmatiek |
| dogmatiekje | verkleinwoord | dogmatiek |
| dogmatiekjes | verkleinwoord meervoud | dogmatiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dogmatiek zijn vastgelegd.