blokken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈblɔkə(n)Betekenis
- heel hard studeren
- (een aanval, offensief, e.d.) tegenhouden, blokkeren
Hoe spreek je blokken uit?
/ˈblɔkən/
Blokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- tegenhouden, blokkeren transitive
Vervoeging van blokken
blokkenhele werkwoord — blokteverleden tijd enkelvoud — bloktenverleden tijd meervoud — gebloktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blok | blokte |
| jij | blokt | blokte |
| hij, zij, het | blokt | blokte |
| wij | blokken | blokten |
| jullie | blokken | blokten |
| zij | blokken | blokten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blok | gebiedende wijs |
| blokke | aanvoegende wijs |
| blokkend | onvoltooid, deelwoord |
| blokte | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| geblokt | verleden tijd, deelwoord |
| geblokt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblokt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geblokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geblokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geblokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geblokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geblokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geblokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geblokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te blokken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geblokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen blokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt blokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geblokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen blokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult blokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geblokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord blok
Herkomst
[1] blok met het achtervoegsel -en “als een blok, en bloc werken” (vergelijk Duits arbeiten wie ein Block), in de betekenis van ‘hard studeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van blokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blokke | aanvoegende wijs | blokken |
| blokkend | onvoltooid deelwoord | blokken |
| blokkende | woordvorm | blokken |
| blokt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | blokken |
| blokte | verleden tijd | blokken |
| blokten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | blokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blokken zijn vastgelegd.