tokken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɔkə(n)Betekenis
- het klokkende geluid van een kip voortbrengen
- proberen te lokken
- korte, rukkende bewegingen maken
- lichte stotende beweging maken
Hoe spreek je tokken uit?
/ˈtɔkən/
Tokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van tokken
tokkenhele werkwoord — tokteverleden tijd enkelvoud — toktenverleden tijd meervoud — getoktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tok | tokte |
| jij | tokt | tokte |
| hij, zij, het | tokt | tokte |
| wij | tokken | tokten |
| jullie | tokken | tokten |
| zij | tokken | tokten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getokt | verleden tijd, deelwoord |
| getokt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getokt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tokken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tok | gebiedende wijs |
| tokke | aanvoegende wijs |
| tokkend | onvoltooid, deelwoord |
| tokte | verleden tijd |
| zal getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tok
Herkomst
ww: vermoedelijk van Middelnederlands tocken, deels op te vatten als klanknabootsing van een tikkend geluid
Woordfamilie van tokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getokt | voltooid deelwoord | tokken |
| tokkend | onvoltooid deelwoord | tokken |
| tokkende | woordvorm | tokken |
| tokt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tokken |
| tokte | verleden tijd | tokken |
| tokten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tokken zijn vastgelegd.