schokken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxɔkə(n)Betekenis
- heftig bewegen
- heftig emotioneel geraakt worden
Hoe spreek je schokken uit?
/ˈsxɔkən/
Schokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van schokken
schokkenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord schok
Herkomst
In de betekenis van ‘stoten, schudden’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Woordfamilie van schokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schokke | woordvorm | schokken |
| schokt | woordvorm | schokken |
| schokte | woordvorm | schokken |
| schokten | woordvorm | schokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schokken zijn vastgelegd.