Naar de inhoud

brokken

vast voedsel in brokken verdelen om het aan vloeibaar voedsel toe te voegen

brokken is meer dan één woord

brokken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbrɔkə(n)

Betekenis

  1. vast voedsel in brokken verdelen om het aan vloeibaar voedsel toe te voegen

Hoe spreek je brokken uit?

/ˈbrɔkən/

Brokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbrɔkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
r rood
ɔ bot
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van brokken

brokkenhele werkwoord — brokteverleden tijd enkelvoud — broktenverleden tijd meervoud — gebroktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brok brokte
jij brokt brokte
hij, zij, het brokt brokte
wij brokken brokten
jullie brokken brokten
zij brokken brokten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brok gebiedende wijs
brokke aanvoegende wijs
brokkend onvoltooid, deelwoord
brokte verleden tijd
er is gebrokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebrokt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebrokt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebrokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebrokt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebrokt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebrokt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebrokt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebrokt verleden tijd, deelwoord
gebrokt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrokt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrokt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrokt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrokt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrokt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrokt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrokt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebrokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebrokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebrokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebrokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebrokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebrokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord brok

Woordfamilie van brokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brokke aanvoegende wijs brokken
brokkend onvoltooid deelwoord brokken
brokkende woordvorm brokken
brokt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brokken
brokte verleden tijd brokken
brokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brokken
gebrokt voltooid deelwoord brokken
gebrokte woordvorm brokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brokken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over brokken

Hoe spreek ik brokken uit?
Zo spreek je brokken uit: /ˈbrɔkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van brokken?
Brokken is een werkwoord. De betekenis is: vast voedsel in brokken verdelen om het aan vloeibaar voedsel toe te voegen.
Hoe vervoeg ik brokken?
Zo vervoeg je brokken zo: de tegenwoordige tijd is brok, de verleden tijd is brokte en het voltooid deelwoord is gebrokt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op brokken?

Brokken rijmt op 48 woorden op -okken; waterpokken, ontlokken en lokken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op brokken, uitspraak ˈbrɔkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
waterpokken 4
ontlokken 3
lokken 2
betrokken 3
bokken 2
knokken 2
mokken 2
blokken 2
rokken 2
schokken 2
schrokken 2
gokken 2
wokken 2
vlokken 2
jokken 2
pokken 2
samenhokken 4
tokken 2
aambeeldsblokken 4
aanbeeldsblokken 4
aangetrokken 4
aanmaakblokken 4
aanwijsstokken 4
alpenstokken 4
berghokken 4
bocken 2
boekweitvlokken 4
enkelsokken 4
frokken 2
geschrokken 3
getrokken 3
grokken 2
kerkklokken 4
maggiblokken 4
melkmokken 4
nordicwalken 4
omgetrokken 4
omtrokken 3
oorlamsmokken 4
overtrokken 4
Nog 8 rijmwoorden
pennenstokken 4
plokken 2
sokken 2
stekkerblokken 4
teruggetrokken 5
uniformrokken 6
wandelstokken 4
zebraklokken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brokken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brokken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

brokken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

brokken in het kort

brokken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van brokken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort brokken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

brokken: vast voedsel in brokken verdelen om het aan vloeibaar voedsel toe te voegen
Deel brokken — standaardnederlands.nl