blokkeren
werkwoord ˈblɔkerə(n)Betekenis
- de toe- of doorgang versperren
- zorgen dat iets niet gebeurt
- zorgen dat iets niet gebruikt of misbruikt kan worden
- zorgen dat iets niet meer kan bewegen
- geblokkeerd zijn: niet meer weten wat te doen
Hoe spreek je blokkeren uit?
/ˈblɔkerən/
Blokkeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van blokkeren
blokkerenhele werkwoord — blokkeerdeverleden tijd enkelvoud — blokkeerdenverleden tijd meervoud — geblokkeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blokkeer | blokkeerde |
| jij | blokkeert | blokkeerde |
| hij, zij, het | blokkeert | blokkeerde |
| wij | blokkeren | blokkeerden |
| jullie | blokkeren | blokkeerden |
| zij | blokkeren | blokkeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| blokkeer | gebiedende wijs |
| blokkeerde | verleden tijd |
| blokkere | aanvoegende wijs |
| blokkerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geblokkeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geblokkeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geblokkeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geblokkeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geblokkeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geblokkeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geblokkeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geblokkeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geblokkeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geblokkeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geblokkeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geblokkeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblokkeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblokkeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblokkeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geblokkeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geblokkeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geblokkeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geblokkeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblokkeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te blokkeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geblokkeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen blokkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geblokkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geblokkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geblokkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geblokkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geblokkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen blokkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult blokkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geblokkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geblokkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geblokkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afsluiten, tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van blokkeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blokkeer | gebiedende wijs | blokkeren |
| blokkeerde | verleden tijd | blokkeren |
| blokkeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | blokkeren |
| blokkeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | blokkeren |
| blokkere | aanvoegende wijs | blokkeren |
| blokkerend | onvoltooid deelwoord | blokkeren |
| blokkerende | woordvorm | blokkeren |
| geblokkeerd | voltooid deelwoord | blokkeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blokkeren zijn vastgelegd.