pokken
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpɔkə(n)Betekenis
- uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte die huid en slijmvliezen aantastte waartegen een Engelse arts w:Edward Jenner|Edward Jenner omstreeks 1796, een vaccin op basis van koepokken ontwikkelde
- lijden aan de gelijknamige ziekte
- raken met een kort, dof geluid
Hoe spreek je pokken uit?
/ˈpɔkən/
Pokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte die huid en slijmvliezen aantastte waartegen een Engelse arts Edward Jenner omstreeks 1796, een vaccin op basis van koepokken ontwikkelde plural-only
- heel naar of walgelijk figuratively, informal, intensifier, plural-only, prefix
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pok | eerste persoon |
Vervoeging van pokken
pokkenhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] pokken | canonical |
Vervoeging van pokken
pokkenhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] pokken | canonical |
Woordfamilie van pokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepokt | woordvorm | pokken |
| pokke | woordvorm | pokken |
| pokkend | woordvorm | pokken |
| pokkende | woordvorm | pokken |
| pokt | woordvorm | pokken |
| pokte | woordvorm | pokken |
| pokten | woordvorm | pokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pokken zijn vastgelegd.