Naar de inhoud

lokken

mens of dier verleiden ergens heen te komen

lokken is meer dan één woord

lokken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɔkə(n)

Betekenis

  1. mens of dier verleiden ergens heen te komen
  2. als eerste deel van samenstellingen

Hoe spreek je lokken uit?

/ˈlɔkən/

Lokken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɔkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɔ bot
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van lokken

lokkenhele werkwoord — lokteverleden tijd enkelvoud — loktenverleden tijd meervoud — geloktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lok lokte
jij lokt lokte
hij, zij, het lokt lokte
wij lokken lokten
jullie lokken lokten
zij lokken lokten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gelokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelokt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelokt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelokt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelokt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelokt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelokt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelokt verleden tijd, deelwoord
gelokt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelokt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelokt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelokt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelokt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lok gebiedende wijs
lokke aanvoegende wijs
lokkend onvoltooid, deelwoord
lokte verleden tijd
te hebben gelokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gelokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gelokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gelokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gelokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gelokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gelokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord lok

Herkomst

van Middelnederlands locken, in de betekenis van ‘aantrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van lokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelokt voltooid deelwoord lokken
gelokte woordvorm lokken
lokke aanvoegende wijs lokken
lokt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lokken
lokte verleden tijd lokken
lokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lokken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over lokken

Hoe spreek ik lokken uit?
Zo spreek je lokken uit: /ˈlɔkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van lokken?
Lokken is een werkwoord. De betekenis is: mens of dier verleiden ergens heen te komen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik lokken?
Zo vervoeg je lokken zo: de tegenwoordige tijd is lok, de verleden tijd is lokte en het voltooid deelwoord is gelokt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op lokken?

In dit woordenboek rijmen 48 woorden op -okken op lokken, zoals waterpokken, ontlokken en betrokken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op lokken, uitspraak ˈlɔkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
waterpokken 4
ontlokken 3
betrokken 3
bokken 2
knokken 2
mokken 2
blokken 2
rokken 2
schokken 2
schrokken 2
gokken 2
brokken 2
wokken 2
vlokken 2
jokken 2
pokken 2
samenhokken 4
tokken 2
aambeeldsblokken 4
aanbeeldsblokken 4
aangetrokken 4
aanmaakblokken 4
aanwijsstokken 4
alpenstokken 4
berghokken 4
bocken 2
boekweitvlokken 4
enkelsokken 4
frokken 2
geschrokken 3
getrokken 3
grokken 2
kerkklokken 4
maggiblokken 4
melkmokken 4
nordicwalken 4
omgetrokken 4
omtrokken 3
oorlamsmokken 4
overtrokken 4
Nog 8 rijmwoorden
pennenstokken 4
plokken 2
sokken 2
stekkerblokken 4
teruggetrokken 5
uniformrokken 6
wandelstokken 4
zebraklokken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lokken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lokken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

lokken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

lokken in het kort

lokken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van lokken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort lokken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

lokken: mens of dier verleiden ergens heen te komen
Deel lokken — standaardnederlands.nl