Naar de inhoud

ontlokken

teweegbrengen (typisch van iets dat inherent aanwezig is, maar dat men niet zomaar wil prijsgeven):

ontlokken

werkwoord ɔntˈlɔkə(n)

Betekenis

  1. teweegbrengen (typisch van iets dat inherent aanwezig is, maar dat men niet zomaar wil prijsgeven):

Hoe spreek je ontlokken uit?

/ɔntˈlɔkən/

Ontlokken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈlɔkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
l land
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontlokken

ontlokkenhele werkwoord — ontlokteverleden tijd enkelvoud — ontloktenverleden tijd meervoud — ontloktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontlok ontlokte
jij ontlokt ontlokte
hij, zij, het ontlokt ontlokte
wij ontlokken ontlokten
jullie ontlokken ontlokten
zij ontlokken ontlokten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontlokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontlokt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontlokt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontlokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontlokt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontlokt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontlokt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontlokt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontlokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontlok gebiedende wijs
ontlokke aanvoegende wijs
ontlokkend onvoltooid, deelwoord
ontlokt verleden tijd, deelwoord
ontlokt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontlokt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontlokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontlokt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontlokt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontlokt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontlokt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontlokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontlokt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontlokt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontlokte verleden tijd
te hebben ontlokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontlokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontlokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontlokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontlokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van lokken met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontlokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontlok gebiedende wijs ontlokken
ontlokke aanvoegende wijs ontlokken
ontlokkend onvoltooid deelwoord ontlokken
ontlokkende woordvorm ontlokken
ontlokt voltooid deelwoord ontlokken
ontlokte verleden tijd ontlokken
ontlokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontlokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontlokken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontlokken

Hoe spreek ik ontlokken uit?
Zo spreek je ontlokken uit: /ɔntˈlɔkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontlokken?
Ontlokken is een werkwoord. De betekenis is: teweegbrengen (typisch van iets dat inherent aanwezig is, maar dat men niet zomaar wil prijsgeven):.
Hoe vervoeg ik ontlokken?
Zo vervoeg je ontlokken zo: de tegenwoordige tijd is ontlok, de verleden tijd is ontlokte en het voltooid deelwoord is ontlokt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontlokken?

Op ontlokken rijmen 48 woorden, onder andere waterpokken, lokken en betrokken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontlokken, uitspraak ɔntˈlɔkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
waterpokken 4
lokken 2
betrokken 3
bokken 2
knokken 2
mokken 2
blokken 2
rokken 2
schokken 2
schrokken 2
gokken 2
brokken 2
wokken 2
vlokken 2
jokken 2
pokken 2
samenhokken 4
tokken 2
aambeeldsblokken 4
aanbeeldsblokken 4
aangetrokken 4
aanmaakblokken 4
aanwijsstokken 4
alpenstokken 4
berghokken 4
bocken 2
boekweitvlokken 4
enkelsokken 4
frokken 2
geschrokken 3
getrokken 3
grokken 2
kerkklokken 4
maggiblokken 4
melkmokken 4
nordicwalken 4
omgetrokken 4
omtrokken 3
oorlamsmokken 4
overtrokken 4
Nog 8 rijmwoorden
pennenstokken 4
plokken 2
sokken 2
stekkerblokken 4
teruggetrokken 5
uniformrokken 6
wandelstokken 4
zebraklokken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontlokken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontlokken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontlokken in het kort

ontlokken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontlokken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontlokken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontlokken: teweegbrengen (typisch van iets dat inherent aanwezig is, maar dat men niet zomaar wil prijsgeven):
Deel ontlokken — standaardnederlands.nl