zomereik
zelfstandig naamwoord ˈzomərˌɛikBetekenis
- een soort eik
Hoe spreek je zomereik uit?
/ˈzomərˌɛik/
Zomereik bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort loofboom, Quercus robur, die inheems is in de Benelux en tot 35 meter hoog kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomereiken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer zn en eik zn , mogelijk omdat hij eerder bloeit dan de wintereik
Woordfamilie van zomereik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomereiken | meervoud | zomereik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomereik zijn vastgelegd.