eik
zelfstandig naamwoord ɛikBetekenis
- een geslacht van loofbomen
- (Den Helder) hond
Hoe spreek je eik uit?
/ɛik/
Eik bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor loofbomen uit het geslacht Quercus
- hond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eiken | meervoud |
| eikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eikjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘boomsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1137.
Woordfamilie van eik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eikje | verkleinwoord | eik |
| eikjes | verkleinwoord meervoud | eik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eik zijn vastgelegd.