gijk
zelfstandig naamwoord /ɣɛik/Betekenis
- rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil
- boom van een hijskraan of graafmachine
- bij een wegwijzer het bord dwars op de paal
Hoe spreek je gijk uit?
/xɛik/
Gijk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɛi | trein |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gijken | meervoud |
Herkomst
herkomst onbekend
Woordfamilie van gijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gijken | meervoud | gijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gijk zijn vastgelegd.