hulst
zelfstandig naamwoord hʏlstBetekenis
- groenblijvende boom met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen
Hoe spreek je hulst uit?
/hʏlst/
Hulst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ʏ | put |
| l | land |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort groenblijvende boom of heester met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen, Ilex aquifolium, die inheems is in de Benelux en tot 10 meter hoog kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hulsten | meervoud |
| hulstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hulstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands huls van Oudnederlands hulis, in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 710
Woordfamilie van hulst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hulsten | meervoud | hulst |
| hulstje | verkleinwoord | hulst |
| hulstjes | verkleinwoord meervoud | hulst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hulst zijn vastgelegd.