kijk
zelfstandig naamwoord, werkwoord kɛikBetekenis
- manier van iets te beschouwen
kijk in een zin
- Zijn kijk op de zaak verschilde van de mijne.
- Ze heeft een nuchtere kijk op geld.
- Dat boek veranderde mijn kijk op geschiedenis.
Hoe spreek je kijk uit?
/kɛik/
Kijk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛi | trein |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kijkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kijkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
- gebiedende wijs van kijken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
Vervoeging van kijk
kijkhele werkwoord