vuilboom
zelfstandig naamwoord ˈvœylbomBetekenis
- een geslacht struiken of kleine bomen uit de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
Hoe spreek je vuilboom uit?
/ˈvœylbom/
Vuilboom bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| œy | huis |
| l | land |
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort loofboom, Frangula alnus, die inheems is in de Benelux, tot 7 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuilbomen | meervoud |
| vuilboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuilboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vuil bn en boom zn
Woordfamilie van vuilboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuilbomen | meervoud | vuilboom |
| vuilboompje | verkleinwoord | vuilboom |
| vuilboompjes | verkleinwoord meervoud | vuilboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuilboom zijn vastgelegd.