wippen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɪpə(n)/Betekenis
- op en neer bewegen
- geslachtsgemeenschap hebben, paren
- door een stemming uit een functie zetten
Hoe spreek je wippen uit?
/ˈwɪpən/
Wippen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wippen
wippenhele werkwoord — wipteverleden tijd enkelvoud — wiptenverleden tijd meervoud — gewiptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wip | wipte |
| jij | wipt | wipte |
| hij, zij, het | wipt | wipte |
| wij | wippen | wipten |
| jullie | wippen | wipten |
| zij | wippen | wipten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewipt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewipt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewipt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewipt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewipt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewipt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewipt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewipt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewipt | verleden tijd, deelwoord |
| gewipt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewipt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewipt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewipt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewipt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewipt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewipt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewipt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewipt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewipt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewipt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewipt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wippen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wippen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewipt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wip | gebiedende wijs |
| wippe | aanvoegende wijs |
| wippend | onvoltooid, deelwoord |
| wipte | verleden tijd |
| word gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewipt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewipt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wippen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewipt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewipt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewipt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wip
Herkomst
In de betekenis van ‘op en neer gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van wippen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewipt | voltooid deelwoord | wippen |
| gewipte | woordvorm | wippen |
| wippe | aanvoegende wijs | wippen |
| wippend | onvoltooid deelwoord | wippen |
| wippende | woordvorm | wippen |
| wipt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wippen |
| wipte | verleden tijd | wippen |
| wipten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wippen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wippen zijn vastgelegd.