Naar de inhoud

beduiden

ergens naar verwijzen

beduiden

werkwoord

Betekenis

  1. ergens naar verwijzen
  2. iets met gebaren duidelijk maken

Vervoeging van beduiden

beduidenhele werkwoord — beduiddeverleden tijd enkelvoud — beduiddenverleden tijd meervoud — beduidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beduid beduidde
jij beduidt beduidde
hij, zij, het beduidt beduidde
wij beduiden beduidden
jullie beduiden beduidden
zij beduiden beduidden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beduid gebiedende wijs
beduid verleden tijd, deelwoord
beduid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beduid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beduid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beduid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beduid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beduid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beduid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beduid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beduid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beduid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beduidde verleden tijd
beduide aanvoegende wijs
beduidend onvoltooid, deelwoord
ben beduid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beduid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beduid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beduid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beduid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beduid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beduid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beduid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beduid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beduid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beduid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beduid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beduid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beduid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beduid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beduid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beduid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beduid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beduid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beduiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beduid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beduiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beduid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beduid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beduid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beduid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beduid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beduid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beduid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beduid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beduid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beduid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beduid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beduid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beduid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beduid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beduid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beduid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beduid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beduid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beduiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beduid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beduid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beduid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beduid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beduid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beduid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beduiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beduid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beduid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beduid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beduiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘betekenen’ voor het eerst aangetroffen in 1301.

Woordfamilie van beduiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beduid voltooid deelwoord beduiden
beduidde verleden tijd beduiden
beduidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beduiden
beduide aanvoegende wijs beduiden
beduidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beduiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beduiden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beduiden

Wat betekent beduiden?
Beduiden is een werkwoord. Het woord betekent: ergens naar verwijzen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beduiden?
Je vervoegt beduiden als volgt: de tegenwoordige tijd is beduid, de verleden tijd is beduidde en het voltooid deelwoord is beduid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beduiden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beduiden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beduiden in het kort

beduiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beduiden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beduiden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beduiden: ergens naar verwijzen
Deel beduiden — standaardnederlands.nl