Naar de inhoud

waarzeggen

voorspellingen over de toekomst uiten op grond van intuïtie of bovennatuurlijke interventie

waarzeggen

werkwoord

Betekenis

  1. voorspellingen over de toekomst uiten op grond van intuïtie of bovennatuurlijke interventie

Vervoeging van waarzeggen

waarzeggenhele werkwoord — waarzegdeverleden tijd enkelvoud — waarzegdenverleden tijd meervoud — gewaarzegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waarzeg waarzegde
jij waarzegt waarzegde
hij, zij, het waarzegt waarzegde
wij waarzeggen waarzegden
jullie waarzeggen waarzegden
zij waarzeggen waarzegden
Alle 90 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(waarzegde) verleden tijd
er is gewaarzegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewaarzegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewaarzegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewaarzegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewaarzegd impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewaarzegd impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewaarzegd impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewaarzegd impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaarzegd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaarzegd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaarzegd verleden tijd, deelwoord
had gewaarzegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaarzegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaarzegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaarzegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaarzegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaarzegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaarzegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaarzegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft gewaarzegd waargezegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaarzegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaarzegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te waarzeggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waarzeggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waargezegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waargezegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
waargezegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
waargezegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
waargezegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
waargezegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
waargezegd verleden tijd, deelwoord
waargezegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waargezegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waargezegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
waargezegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
waargezegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
waargezegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
waargezegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
waargezegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
waargezegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
waargezegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
waargezegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
waargezegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
waargezegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
waargezegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
waargezegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
waargezegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
waargezegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
waargezegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waarzeg gebiedende wijs
waarzegge aanvoegende wijs
waarzeggend onvoltooid, deelwoord
zal gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal/zult gewaarzegd waargezegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zou gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou/zoudt gewaarzegd waargezegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaarzegd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waarzeggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaarzegd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult waarzeggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult/zal gewaarzegd waargezegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van waar en zeggen

Woordfamilie van waarzeggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaarzegd voltooid deelwoord waarzeggen
waargezegd voltooid deelwoord waarzeggen
waarzeg gebiedende wijs waarzeggen
waarzegde aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon waarzeggen
waarzegden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waarzeggen
waarzegge aanvoegende wijs waarzeggen
waarzeggend onvoltooid deelwoord waarzeggen
waarzeggende woordvorm waarzeggen
waarzegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waarzeggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarzeggen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over waarzeggen

Wat is de betekenis van waarzeggen?
Waarzeggen is een werkwoord. De betekenis is: voorspellingen over de toekomst uiten op grond van intuïtie of bovennatuurlijke interventie.
Hoe vervoeg ik waarzeggen?
Zo vervoeg je waarzeggen zo: de tegenwoordige tijd is waarzeg, de verleden tijd is waarzegde en het voltooid deelwoord is gewaarzegd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waarzeggen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. E 1
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waarzeggen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. E 1
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waarzeggen in het kort

waarzeggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van waarzeggen staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort waarzeggen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

waarzeggen: voorspellingen over de toekomst uiten op grond van intuïtie of bovennatuurlijke interventie
Deel waarzeggen — standaardnederlands.nl