voorspelling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een uitspraak over iets wat in de toekomst zou kunnen gebeuren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorspellingen | meervoud |
| voorspellinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorspellinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van voorspellen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van voorspelling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorspellingen | meervoud | voorspelling |
| voorspellinkje | verkleinwoord | voorspelling |
| voorspellinkjes | verkleinwoord meervoud | voorspelling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorspelling zijn vastgelegd.