vervoer
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vərˈvuːr/Betekenis
- overbrenging van zaken van één plaats naar de andere
- middel waarmee overbrenging van zaken plaatsvindt
Hoe spreek je vervoer uit?
/vərˈvur/
Vervoer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervoeren
- gebiedende wijs van vervoeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervoeren
- enkelvoud verleden tijd van vervaren
Vervoeging van vervoer
vervoerhele werkwoord
Afleidingen en samenstellingen
- vervoerbedrijf
- vervoerbewijs
- vervoerkosten
- vervoermaatschappij
- vervoermiddel
- vervoersbedrijf
- vervoersbeleid
- vervoersbewijs
- vervoerscapaciteit
- vervoersector
- vervoersmaatschappij
- vervoersmiddel
- vervoersnetwerk
- vervoersonderneming
- vervoersorganisatie
- vervoersprobleem
- vervoerssector
- vervoerssysteem
- vervoerstoelage
- vervoersysteem
- vervoerwijze