hoer
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦur/Betekenis
- een vrouw die tegen betaling seksuele diensten verricht
Hoe spreek je hoer uit?
/hur/
Hoer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| u | boek |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord
- nare vrouw; vooral gebruikt met de bijgedachte dat ze relaties onderhoudt met een of meer mannen waarmee ze niet getrouwd is #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker. figuratively, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoeren | meervoud |
| hoertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoeren
- gebiedende wijs van hoeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoeren
Vervoeging van hoer
hoerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘prostituee’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van hoer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoertje | verkleinwoord | hoer |
| hoertjes | verkleinwoord meervoud | hoer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoer zijn vastgelegd.