vloer
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vlur/Betekenis
- bodem van een ruimte in een gebouw
- vlakke grond, bodem
Hoe spreek je vloer uit?
/vlur/
Vloer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| u | boek |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vloeren | meervoud |
| vloertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vloertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vloeren
- gebiedende wijs van vloeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vloeren
Vervoeging van vloer
vloerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bodem’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van vloer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vloertje | verkleinwoord | vloer |
| vloertjes | verkleinwoord meervoud | vloer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vloer zijn vastgelegd.