koer
zelfstandig naamwoord, werkwoord kurBetekenis
- verhard terrein voor, achter of in een huis
- plaats waar de toiletten zijn
- wachter die vanuit een toren vijandelijke bewegingen moet signaleren
Hoe spreek je koer uit?
/kur/
Koer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| u | boek |
| r | rood |
Klinkt hetzelfde als cour.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koeren | enkelvoud |
| koertje | verkleinwoord |
| koertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koeren | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koeren
- gebiedende wijs van koeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koeren
Vervoeging van koer
koerhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] koer | canonical |
Woordfamilie van koer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koertje | verkleinwoord | koer |
| koertjes | verkleinwoord | koer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koer zijn vastgelegd.