tour
zelfstandig naamwoord, werkwoord turBetekenis
- rondreis, rondgang, toer
- Tour de France
- toren
- draaibank, draaischijf, pottenbakkersschijf
- ronde (van een toernooi, competitie)
- toer
- draai, wending
- (van goochelen) truc
Hoe spreek je tour uit?
/tur/
Tour bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| r | rood |
Klinkt hetzelfde als toer.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tours | meervoud |
| tourtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tourtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van touren
- gebiedende wijs van touren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van touren
Vervoeging van tour
tourhele werkwoord
Herkomst
van Frans tour, in de betekenis van ‘rondrit’ aangetroffen vanaf 1667
Woordfamilie van tour
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tours | meervoud | tour |
| tourtje | verkleinwoord | tour |
| tourtjes | verkleinwoord meervoud | tour |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tour zijn vastgelegd.