voer
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vur/Betekenis
- voedsel, in het bijzonder voor huisdieren en vee,
- bekleding, voering
Hoe spreek je voer uit?
/vur/
Voer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — neuter
- wagenvracht obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voeren | meervoud |
| voertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van varen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
- gebiedende wijs van voeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
Vervoeging van voer
voerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘voedsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1519
Woordfamilie van voer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voertje | verkleinwoord | voer |
| voertjes | verkleinwoord meervoud | voer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voer zijn vastgelegd.