verschil
zelfstandig naamwoord, werkwoord vərˈsxɪlBetekenis
- een aspect dat bij vergelijking anders is
- resultaat van een mathematische aftrekking
Hoe spreek je verschil uit?
/vərˈsxɪl/
Verschil bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verschillen | meervoud |
| verschilletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verschilletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschillen
- gebiedende wijs van verschillen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschillen
Vervoeging van verschil
verschilhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘onderscheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485
Woordfamilie van verschil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verschilletje | verkleinwoord | verschil |
| verschilletjes | verkleinwoord meervoud | verschil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschil zijn vastgelegd.