gril
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣrɪlBetekenis
- een onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
- onredelijk en willekeurig gedrag
- grill
Hoe spreek je gril uit?
/xrɪl/
Gril bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als grill.
zelfstandig naamwoord — masculine
- onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grillen | enkelvoud |
| grilletje | verkleinwoord |
| grilletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
- gebiedende wijs van grillen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
Vervoeging van gril
grilhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] grillen | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
- gebiedende wijs van grillen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
Vervoeging van gril
grilhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] gril | canonical |
Woordfamilie van gril
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grilletje | verkleinwoord | gril |
| grilletjes | verkleinwoord | gril |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gril zijn vastgelegd.