paskwil
zelfstandig naamwoord pɑsˈkwɪlBetekenis
- schotschrift of smaadschrift waarin men iets of iemand belachelijk maakt
- iets belachelijks
- in een van een paar openslaande deuren: elk van de twee verticale staven waarmee die deur bij het draaien van het slot bovenin en onderin wordt vergrendeld. Doordat die deur daardoor stevig dicht zit, kan voor de andere deur een gewoon slot worden gebruikt; het is ook mogelijk dat één slot zowel voor de verticale als de horizontale afsluiting zorgt.
Hoe spreek je paskwil uit?
/pɑsˈkwɪl/
Paskwil bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| k | kat |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paskwillen | enkelvoud |
| paskwilletje | verkleinwoord |
| paskwilletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- in een van een paar openslaande deuren: elk van de twee verticale staven waarmee die deur bij het draaien van het slot bovenin en onderin wordt vergrendeld Doordat die deur daardoor stevig dicht zit, kan voor de andere deur een gewoon slot worden gebruikt; het is ook mogelijk dat één slot zowel voor de verticale als de horizontale afsluiting zorgt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paskwillen | enkelvoud |
Woordfamilie van paskwil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paskwillen | enkelvoud | paskwil |
| paskwilletje | verkleinwoord | paskwil |
| paskwilletjes | verkleinwoord | paskwil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paskwil zijn vastgelegd.