mandril
zelfstandig naamwoord mɑnˈdrɪlBetekenis
- die voorkomt in het westen van Centraal-Afrika
- klauwplaat, boorhouder
Hoe spreek je mandril uit?
/mɑnˈdrɪl/
Mandril bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- aap Mandrillus sphinx die voorkomt in het westen van Centraal-Afrika
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mandrils | meervoud |
Herkomst
van Engels mandrill, in het Nederlands aangetroffen vanaf 1779 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van mandril
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mandrils | meervoud | mandril |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mandril zijn vastgelegd.