verraden
werkwoord, zelfstandig naamwoord vəˈradə(n)Betekenis
- ontrouw worden aan wat men heeft voorgedaan te zullen steunen
- een geheim prijsgeven
Hoe spreek je verraden uit?
/vəˈradən/
Verraden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| a | maan |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verraden
verradenhele werkwoord — verraaddeverleden tijd enkelvoud — verraaddenverleden tijd meervoud — verradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verraad | verraadde |
| jij | verraadt | verraadde |
| hij, zij, het | verraadt | verraadde |
| wij | verraden | verraadden |
| jullie | verraden | verraadden |
| zij | verraden | verraadden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verraden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraad | gebiedende wijs |
| verraadde | verleden tijd |
| verrade | aanvoegende wijs |
| verraden | verleden tijd, deelwoord |
| verraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verradend | onvoltooid, deelwoord |
| verried | verleden tijd |
| waart verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verraden
Vervoeging van verraden
verradenhele werkwoord — verraaddeverleden tijd enkelvoud — verraaddenverleden tijd meervoud — verradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verraad | verraadde |
| jij | verraadt | verraadde |
| hij, zij, het | verraadt | verraadde |
| wij | verraden | verraadden |
| jullie | verraden | verraadden |
| zij | verraden | verraadden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verraden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraad | gebiedende wijs |
| verraadde | verleden tijd |
| verrade | aanvoegende wijs |
| verraden | verleden tijd, deelwoord |
| verraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verradend | onvoltooid, deelwoord |
| verried | verleden tijd |
| waart verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verraad
Herkomst
In de betekenis van ‘verklappen, trouweloos handelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van verraden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verraadde | verleden tijd | verraden |
| verraadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verraden |
| verraadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verraden |
| verrade | aanvoegende wijs | verraden |
| verradend | onvoltooid deelwoord | verraden |
| verradende | woordvorm | verraden |
| verried | verleden tijd | verraden |
| verrieden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verraden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verraden zijn vastgelegd.