braden
werkwoord ˈbradə(n)Betekenis
- vlees bereiden door het in olie of vet te verhitten
Hoe spreek je braden uit?
/ˈbradən/
Braden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van braden
bradenhele werkwoord — braaddeverleden tijd enkelvoud — braaddenverleden tijd meervoud — gebradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | braad | braadde |
| jij | braadt | braadde |
| hij, zij, het | braadt | braadde |
| wij | braden | braadden |
| jullie | braden | braadden |
| zij | braden | braadden |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (bried) | verleden tijd |
| braad | gebiedende wijs |
| braadde | verleden tijd |
| brade | aanvoegende wijs |
| bradend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebraden | verleden tijd, deelwoord |
| gebraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te braden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen braden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt braden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen braden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult braden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘gaar maken op vuur’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van braden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| braad | gebiedende wijs | braden |
| braadde | verleden tijd | braden |
| braadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | braden |
| braadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | braden |
| brade | aanvoegende wijs | braden |
| bradend | onvoltooid deelwoord | braden |
| bradende | woordvorm | braden |
| bried | woordvorm | braden |
| gebraden | voltooid deelwoord | braden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van braden zijn vastgelegd.