Naar de inhoud

aangeven

aanreiken, in handen geven

aangeven

werkwoord ˈaŋɣeˌvə(n)

Betekenis

  1. aanreiken, in handen geven
  2. aanduiden
  3. een (gezocht) persoon bij de autoriteiten melden

Hoe spreek je aangeven uit?

/ˈaŋxeˌvən/

Aangeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋxeˌvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
x acht
e veel
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van aangeven

aangevenhele werkwoord — gaf aanverleden tijd enkelvoud — gaven aanverleden tijd meervoud — aangegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef aan gaf aan
jij geeft aan gaaft aan
hij, zij, het geeft aan gaf aan
wij geven aan gaven aan
jullie geven aan gaven aan
zij geven aan gaven aan
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal geven bijzin, toekomende tijd
aan zou geven bijzin, voorwaardelijk
aan zouden geven bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
aan zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen geven bijzin, toekomende tijd
aan zult geven bijzin, toekomende tijd
aangaaft bijzin, verleden tijd
aangaf bijzin, verleden tijd
aangaven bijzin, verleden tijd
aangeef bijzin, tegenwoordige tijd
aangeeft bijzin, tegenwoordige tijd
aangegeven verleden tijd, deelwoord
aangegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevend onvoltooid, deelwoord
ben aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf aan verleden tijd
geef aan gebiedende wijs
had aangegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aangeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aangeven bijzin, toekomende tijd
zijn aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aangeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aangeven aan zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aangeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aangeven bijzin, voorwaardelijk
zullen aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aangeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en geven ww

Woordfamilie van aangeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangaf subordinate-clause, verleden tijd aangeven
aangaven subordinate-clause, verleden tijd aangeven
aangeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangeven
aangeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangeven
aangegeven voltooid deelwoord aangeven
aangeve with-subordinate-clause aangeven
aangevend onvoltooid deelwoord aangeven
aangevende woordvorm aangeven
gaaft aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aangeven
gaf aan verleden tijd aangeven
gaven aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aangeven
geef aan gebiedende wijs aangeven
geeft aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aangeven
geve aan woordvorm aangeven
geven aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aangeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangeven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aangeven

Hoe spreek je aangeven uit?
De uitspraak van aangeven is: /ˈaŋɣeˌvə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aangeven?
Aangeven is een werkwoord. Het woord betekent: aanreiken, in handen geven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aangeven?
Je vervoegt aangeven als volgt: het voltooid deelwoord is aangegeven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op aangeven?

In dit woordenboek rijmen 9 woorden op -en op aangeven, zoals een, leuven en metselen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op aangeven, uitspraak ˈaŋxeˌvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
een 1
leuven 2
metselen 3
stemmen 1
ronselen 3
verzusteren 4
mangelden 3
nen 1
pycnidiën 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aangeven is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aangeven levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aangeven in het kort

aangeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aangeven zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aangeven bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aangeven: aanreiken, in handen geven
Deel aangeven — standaardnederlands.nl