klikken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een klikkend geluid maken
- met een muis of anderszins een keuze kenbaar maken door op een vlak op het scherm te drukken; clicken
- geheimen doorvertellen en daarmee klasgenoten verraden
- ~ tussen tot een goede verstandhouding komen
werkwoord
- geheimen doorvertellen en daarmee iemand verraden unergative
Vervoeging van klikken
klikkenhele werkwoord — klikteverleden tijd enkelvoud — kliktenverleden tijd meervoud — gekliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klik | klikte |
| jij | klikt | klikte |
| hij, zij, het | klikt | klikte |
| wij | klikken | klikten |
| jullie | klikken | klikten |
| zij | klikken | klikten |
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geklikt | verleden tijd, deelwoord |
| geklikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklikt | verleden tijd, deelwoord |
| hebben geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klik | gebiedende wijs |
| klikke | aanvoegende wijs |
| klikkend | onvoltooid, deelwoord |
| klikt | tegenwoordige tijd |
| klikte | verleden tijd |
| te hebben geklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klikken | toekomende tijd |
| zal klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klik
Herkomst
In de betekenis van ‘overbrengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van klikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklikt | voltooid deelwoord | klikken |
| klikke | aanvoegende wijs | klikken |
| klikkend | onvoltooid deelwoord | klikken |
| klikkende | woordvorm | klikken |
| klikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klikken |
| klikte | verleden tijd | klikken |
| klikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klikken zijn vastgelegd.