Naar de inhoud

baden

een bad nemen

baden is meer dan één woord

baden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbadə(n)

Betekenis

  1. een bad nemen
  2. op een aangename manier omgeven zijn door iets
  3. in bad doen
  4. baden
  5. zwemmen
  6. mislukken
  7. moeten betalen, verantwoorden
  8. wassen

Hoe spreek je baden uit?

/ˈbadən/

Baden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbadən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
a maan
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van baden

badenhele werkwoord — baaddeverleden tijd enkelvoud — baaddenverleden tijd meervoud — gebaadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik baad baadde
jij baadt baadde
hij, zij, het baadt baadde
wij baden baadden
jullie baden baadden
zij baden baadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
baad gebiedende wijs
baadde verleden tijd
bade aanvoegende wijs
badend onvoltooid, deelwoord
ben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebaad impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebaad impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebaad worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebaad zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebaad worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebaad zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebaad verleden tijd, deelwoord
gebaad te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebaad te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebaad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebaad zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebaad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebaad zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebaad zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te baden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen baden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen baden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van bidden

Vervoeging van baden

badenhele werkwoord — baaddeverleden tijd enkelvoud — baaddenverleden tijd meervoud — gebaadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik baad baadde
jij baadt baadde
hij, zij, het baadt baadde
wij baden baadden
jullie baden baadden
zij baden baadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
baad gebiedende wijs
baadde verleden tijd
bade aanvoegende wijs
badend onvoltooid, deelwoord
ben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebaad impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebaad impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebaad worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebaad zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebaad worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebaad zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebaad verleden tijd, deelwoord
gebaad te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebaad te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebaad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebaad worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebaad zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebaad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebaad zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebaad zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te baden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen baden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt baden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen baden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult baden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bad

Woordfamilie van baden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
baad gebiedende wijs baden
baadde verleden tijd baden
baadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon baden
baadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon baden
bade aanvoegende wijs baden
gebaad voltooid deelwoord baden
gebade woordvorm baden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over baden

Hoe spreek ik baden uit?
Zo spreek je baden uit: /ˈbadə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van baden?
Baden is een werkwoord. De betekenis is: een bad nemen. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik baden?
Zo vervoeg je baden zo: de tegenwoordige tijd is baad, de verleden tijd is baadde en het voltooid deelwoord is gebaad. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op baden?

Er staan 41 woorden in dit woordenboek die op baden rijmen, waaronder braden, raden en laden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op baden, uitspraak ˈbadən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
braden 2
raden 2
laden 2
verraden 3
overladen 4
kaden 2
zonnebaden 4
ongeraden 4
misraden 3
plejaden 3
aanbaden 3
aangeraden 4
aanrechtbladen 4
afscheidswaden 4
bladen 2
daden 2
dageraden 4
dubbelbladen 4
elitezaden 5
emancipatieraden 7
enkelbladen 4
geitenpaden 4
geraden 3
golfbaden 4
graden 2
hersenschaden 4
kerkbladen 4
miljoenenschaden 5
motorschaden 4
naden 2
olifantenpaden 6
participatiegraden 7
pleiaden 3
ragaden 3
reclamebladen 5
tractatenbladen 5
tribaden 3
vochtigheidsgraden 5
wandelpaden 4
woningraden 4
Nog 1 rijmwoord
zaden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord baden is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

baden levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

baden telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

baden in het kort

baden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van baden staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort baden bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

baden: een bad nemen
Deel baden — standaardnederlands.nl