baden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbadə(n)Betekenis
- een bad nemen
- op een aangename manier omgeven zijn door iets
- in bad doen
- baden
- zwemmen
- mislukken
- moeten betalen, verantwoorden
- wassen
Hoe spreek je baden uit?
/ˈbadən/
Baden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van baden
badenhele werkwoord — baaddeverleden tijd enkelvoud — baaddenverleden tijd meervoud — gebaadvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | baad | baadde |
| jij | baadt | baadde |
| hij, zij, het | baadt | baadde |
| wij | baden | baadden |
| jullie | baden | baadden |
| zij | baden | baadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| baad | gebiedende wijs |
| baadde | verleden tijd |
| bade | aanvoegende wijs |
| badend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gebaad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebaad | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebaad | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebaad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebaad worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebaad zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebaad worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebaad zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebaad | verleden tijd, deelwoord |
| gebaad te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaad te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaad zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaad zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaad zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te baden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen baden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen baden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van bidden
Vervoeging van baden
badenhele werkwoord — baaddeverleden tijd enkelvoud — baaddenverleden tijd meervoud — gebaadvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | baad | baadde |
| jij | baadt | baadde |
| hij, zij, het | baadt | baadde |
| wij | baden | baadden |
| jullie | baden | baadden |
| zij | baden | baadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| baad | gebiedende wijs |
| baadde | verleden tijd |
| bade | aanvoegende wijs |
| badend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gebaad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebaad | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebaad | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebaad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebaad worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebaad zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebaad worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebaad zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebaad | verleden tijd, deelwoord |
| gebaad te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaad te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaad worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaad zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaad zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaad zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te baden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen baden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebaad | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt baden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaad zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen baden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult baden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaad worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaad zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bad
Woordfamilie van baden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baad | gebiedende wijs | baden |
| baadde | verleden tijd | baden |
| baadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | baden |
| baadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | baden |
| bade | aanvoegende wijs | baden |
| gebaad | voltooid deelwoord | baden |
| gebade | woordvorm | baden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baden zijn vastgelegd.