Naar de inhoud

verlinken

aan de autoriteiten verraden

verlinken

werkwoord vərˈlɪŋkə(n)

Betekenis

  1. aan de autoriteiten verraden

Hoe spreek je verlinken uit?

/vərˈlɪŋkən/

Verlinken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈlɪŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
l land
ɪ pit
ŋ ding
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verlinken

verlinkenhele werkwoord — verlinkteverleden tijd enkelvoud — verlinktenverleden tijd meervoud — verlinktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlink verlinkte
jij verlinkt verlinkte
hij, zij, het verlinkt verlinkte
wij verlinken verlinkten
jullie verlinken verlinkten
zij verlinken verlinkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verlinkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verlinkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verlinkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verlinkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verlinkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verlinkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verlinkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verlinkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verlinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlinkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlinkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verlinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verlinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlink gebiedende wijs
verlinke aanvoegende wijs
verlinkend onvoltooid, deelwoord
verlinkt verleden tijd, deelwoord
verlinkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlinkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlinkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlinkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlinkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlinkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlinkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlinkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlinkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlinkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlinkte verleden tijd
waart verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verlinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verlinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verlinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verlinkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verlinkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verlinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verlinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verlinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlinkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verlinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verlinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verlinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlinkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlinkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘Bargoens: verraden’ voor het eerst aangetroffen in 1906

Woordfamilie van verlinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlink gebiedende wijs verlinken
verlinke aanvoegende wijs verlinken
verlinkend onvoltooid deelwoord verlinken
verlinkende woordvorm verlinken
verlinkt voltooid deelwoord verlinken
verlinkte verleden tijd verlinken
verlinkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verlinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlinken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verlinken

Hoe spreek je verlinken uit?
De uitspraak van verlinken is: /vərˈlɪŋkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verlinken?
Verlinken is een werkwoord. Het woord betekent: aan de autoriteiten verraden.
Hoe vervoeg je verlinken?
Je vervoegt verlinken als volgt: de tegenwoordige tijd is verlink, de verleden tijd is verlinkte en het voltooid deelwoord is verlinkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verlinken?

Op verlinken rijmen 15 woorden, onder andere drinken, verdrinken en zinken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verlinken, uitspraak vərˈlɪŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
drinken 2
verdrinken 3
zinken 2
bezinken 3
hinken 2
stinken 2
klinken 2
slinken 2
verminken 3
pinken 2
vinken 2
verpinken 3
schinken 2
skinken 2
syncen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verlinken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verlinken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verlinken in het kort

verlinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verlinken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verlinken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verlinken: aan de autoriteiten verraden
Deel verlinken — standaardnederlands.nl