zonnebaden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɔnəˌbadə(n)Betekenis
- zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
Hoe spreek je zonnebaden uit?
/ˈzɔnəˌbadən/
Zonnebaden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ə | de |
| b | bak |
| a | maan |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van zonnebaden
zonnebadenhele werkwoord — zonnebaaddeverleden tijd enkelvoud — zonnebaaddenverleden tijd meervoud — gezonnebaadvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zonnebaad | zonnebaadde |
| jij | zonnebaadt | zonnebaadde |
| hij, zij, het | zonnebaadt | zonnebaadde |
| wij | zonnebaden | zonnebaadden |
| jullie | zonnebaden | zonnebaadden |
| zij | zonnebaden | zonnebaadden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezonnebaad | verleden tijd, deelwoord |
| gezonnebaad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezonnebaad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezonnebaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezonnebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezonnebaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezonnebaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zonnebaden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zonnebaden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zonnebaad | gebiedende wijs |
| zonnebaadde | verleden tijd |
| zonnebade | aanvoegende wijs |
| zonnebadend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezonnebaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zonnebaden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezonnebaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zonnebaden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zonnebad
Herkomst
ww: samenstelling van zon zn en baden ww met het invoegsel -e-
Woordfamilie van zonnebaden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezonnebaad | voltooid deelwoord | zonnebaden |
| zonnebaad | gebiedende wijs | zonnebaden |
| zonnebaadde | verleden tijd | zonnebaden |
| zonnebaadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zonnebaden |
| zonnebaadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zonnebaden |
| zonnebade | aanvoegende wijs | zonnebaden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zonnebaden zijn vastgelegd.